Opstarten

Het klinkt misschien vreemd, maar ik moet weer opstarten. Net alsof ik voordat ik naar E&R ging, alle stekkers uit mijn computer van mijn leven heb getrokken. De boel de boel gelaten, en alles gelaten waar het moest. Een week lang op een andere planeet geleefd. Nu ik weer terug ben, moet van alles weer opstarten. Ik moet weer wennen aan mijn eigen leven. En dat terwijl ik maar een weekje ben weggeweest.

Dat zegt waarschijnlijk wel iets over de week E&R.

23 August 2011
By on 11:32
Uitroldag

Deze maandag is een heerlijke dag. Niet zozeer vanwege het weer. Maar wel omdat ik deze dag heb gebombardeerd tot E&R Uitroldag. Na een week hard bikkelen, heb ik zaterdagavond en zondag de boel dichtgegooid. Vandaag neem ik maar de cooling down. Tijd om de mailtjes goed te beantwoorden. Nog wat kleine administratieve handelingen te doen. En me vooral niet te laten opjagen.

Dat dus.

22 August 2011
By on 13:21
Terug

Ik ben weer terug. Een week lang heb ik op een grasveld bij Beerze gebivakkeerd. Ik heb daar meegedraaid met E&R. Het was een goede week. Vermoeiend was het ook. Maar we mogen terugkijken op een mooie week. En tegelijk ook op een mooi project.

21 August 2011
By on 10:08
Historisch weekend

Dit weekend is een historisch weekend. Precies een halve eeuw geleden bouwden de Oost-Duitsers de beruchte Muur om hun heilstaat. De nacht volgend op het besluit van de communistische ministerraad, metselden de bouwvakkers de muur door Berlijn. Bijna dertig jaar lang scheidde die muur het ene gedeelte van de andere gedeelte van de stad.

Precies twintig jaar na de bouwstart van de Muur, verscheen voor het eerst de personal computer. IBM (overigens ook niet helemaal goed in WOII) bouwde voor het gewone volk een toegankelijke thuiscomputer.

En ik? Ik vertrek morgen naar Beerze om weer een week te evangeliseren. Vanzelfsprekend heb ik er zin in! Het betekent ook dat ik een week geen blogs schrijf. Na volgende week ben ik weer terug!

12 August 2011
By on 09:43
Namen

Komende zaterdag ga ik naar Beerze voor een week E&R. Exe9n van mijn teamgenoten heet ook Frits. Twee Fritsen dus. We hebben ook twee Wietze's: een Wietze en een Wietse. Bij E&R hadden we in het verleden ook twee Wilma's en twee Gerda's.

Tijdens mijn stage bij Dagblad van het Noorden had ik ook een collega die Frits heette. Het was bij de stadsredactie een gewoonte om collega's met zowel de voor- als achternaam aan te spreken. Zo voorkwamen we misverstanden.

Goed, namen, er zijn de meest opvallende. Dan heb ik het niet direct over de kinderen van Jan Rot. Wel over de wijlen broers Heerema, Heere en Faber. Twee bijzondere voornamen, waarvan ik twijfel of ik die namen ook aan mijn kinderen zou geven.

Tromp, behalve mijn achternaam ook de voornaam van sommigen.

Wat een boel variatie van voornamen. Zegt zo'n naam misschien meer iets over de ouders dan over de kinderen?

11 August 2011
By on 07:59
Het Nederlandse Horloge

Tijdens mijn fietstocht langs de Tsjonger en via Oranjewoud weer naar huis, wordt ik gebeld. Een voor mij onbekend nummer wil met mij spreken. Het blijkt te gaan om een man uit het Noord-Brabantse Aalburg.

x93Wij hebben op internet gezien dat u wat meer informatie hebt over het boek 'Het Nederlandse Horloge',x94 begint de man zijn verhaal.

Inderdaad heb ik over dat boek geschreven, een recensie op mijn nieuwsblog. Het boek is van Tadeusz Sobolewicz, een Poolse verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog. De Pool beschrijft in dit boek, hoe hij mede dankzij een Nederlands horloge diverse concentratiekampen overleefde.

Dat horloge bleek een middel te zijn om te kunnen onderhandelen met de kampleiding. Op die manier kon Tadeusz op belangrijke functies terecht komen. Die functies zorgden er dan weer voor dat Tadeusz niet makkelijk op transport zou worden gesteld.

Werd hij wxe9l op transport gesteld, dan stelde zijn kamp-cv hem in de gelegenheid in het volgende kamp hetzelfde beroep uit te voeren.

Goed, de Aalburger belde me voor informatie over dat boek.

x93Ik weet alleen wat ik er over heb geschreven,x94 antwoord ik de man. Ik had geen idee waar het gesprek heen moest gaan.

x93Hebt u een idee waar het boek te krijgen is?x94 vraagt de man. Ik zeg hem dat ik dat niet weet, omdat ik het boek in Auschwitz heb gekocht.

x93Jammer, jammer. Want ik had het boek te leen van iemand om te lezen, maar ik heb het in het vliegtuig laten liggen.x94

Hij vertelt me verder dat hij op internet al heeft gezocht naar het boek. En dat het boek in allerlei talen te verkrijgen is, maar niet in het Nederlands. En om nou voor dat boek weer terug te gaan naar Auschwitz, was weer teveel van het goede.

Het gesprek houd hier op. Ik wens de man succes met zijn zoektocht. Ik stap weer op mijn fiets, en vervolg mijn tocht door Oranjewoud.

10 August 2011
By on 13:10
Martin Bril x96 Au revoir

Ineens trof ik een bordje dat naar Courcelles wees, Courcelles-sur-Vesle. Die plaatsnaam zal u niets zeggen, maar mij des te meer, want het was in Courcelles dat Napoleon zijn tweede vrouw Marie Louise, dochter van de keizer van Oostenrijk, voor het eerst zag. Dit was op een stormachtige avond in maart 1810 en de keizer was in gezelschap van maarschalk Murat. Samen waren ze vanuit het keizerlijke paleis in Compixe8gne door de stromende regen naar Courcelles gereden om daar Marie Louise (die helemaal uit Wenen kwam) te begroeten.

 

Op Lodewijks sacrograaf, tot slot, is ook zijn koninklijk zegel afgebeeld. In het Nederlands staat er 'Doe wel, zie niet om'. Dat zijn ware woorden die de tand des tijds zeker zullen doorstaan.

 

Na een tijdje kwam haar bestelling: een bord linzen met worst en een pichet rode wijn. Ze schoof Stendhal terzijde en begon haastig te eten. Een blonde vrouw met een bord linzen, het ontroerde me op een vreemde manier. Zelf had ik verzuimd de linzen te bestellen en daar had ik nu spijt van. Sinds ik kennis heb van Ezau die zijn broer Jakob het eerstgeboorterecht verkocht voor een kom linzensoep, ben ik dol op linzen. Maar hier had ik ze niet besteld, omdat ik ze daags tevoren al had gegeten. Te veel linzen zijn niet goed voor een mens. En dat geldt niet alleen voor linzen.

 

De vuurkorf.

Nu het woord er staat, schaam ik me toch een beetje. Vuurkorf. Dadt is toch wel heel erg IKEA, heel erg Gamma, heel erg geciviliseerde, gekanaliseerde bruutheid. Maar evengoed geweldig, zo'n vuurkorf x96 vooral 's nachts als het regent, en dan het vuur aan de praat houden. Het geeft een man iets te doen, en een vrouw om naar te kijken, want wat is er nou romantischer dan in de vlammen staren? He leuke van een vuurkorf is bovendien dat alles wat echt brandt eruit valt, dus je blijft lekker bezig; ja, ik zou willen dat een vuurkorf voor gebruik binnenshuis was.

 

Uit: Martin Bril x96 Au revoir, alle verhalen uit Frankrijk, Uitgeverij Prometheus, eerste druk 2011


By on 09:08
Martin Bril – Au revoir

Ineens trof ik een bordje dat naar Courcelles wees, Courcelles-sur-Vesle. Die plaatsnaam zal u niets zeggen, maar mij des te meer, want het was in Courcelles dat Napoleon zijn tweede vrouw Marie Louise, dochter van de keizer van Oostenrijk, voor het eerst zag. Dit was op een stormachtige avond in maart 1810 en de keizer was in gezelschap van maarschalk Murat. Samen waren ze vanuit het keizerlijke paleis in Compiègne door de stromende regen naar Courcelles gereden om daar Marie Louise (die helemaal uit Wenen kwam) te begroeten.

 

Op Lodewijks sacrograaf, tot slot, is ook zijn koninklijk zegel afgebeeld. In het Nederlands staat er 'Doe wel, zie niet om'. Dat zijn ware woorden die de tand des tijds zeker zullen doorstaan.

 

Na een tijdje kwam haar bestelling: een bord linzen met worst en een pichet rode wijn. Ze schoof Stendhal terzijde en begon haastig te eten. Een blonde vrouw met een bord linzen, het ontroerde me op een vreemde manier. Zelf had ik verzuimd de linzen te bestellen en daar had ik nu spijt van. Sinds ik kennis heb van Ezau die zijn broer Jakob het eerstgeboorterecht verkocht voor een kom linzensoep, ben ik dol op linzen. Maar hier had ik ze niet besteld, omdat ik ze daags tevoren al had gegeten. Te veel linzen zijn niet goed voor een mens. En dat geldt niet alleen voor linzen.

 

De vuurkorf.

Nu het woord er staat, schaam ik me toch een beetje. Vuurkorf. Dadt is toch wel heel erg IKEA, heel erg Gamma, heel erg geciviliseerde, gekanaliseerde bruutheid. Maar evengoed geweldig, zo'n vuurkorf – vooral 's nachts als het regent, en dan het vuur aan de praat houden. Het geeft een man iets te doen, en een vrouw om naar te kijken, want wat is er nou romantischer dan in de vlammen staren? He leuke van een vuurkorf is bovendien dat alles wat echt brandt eruit valt, dus je blijft lekker bezig; ja, ik zou willen dat een vuurkorf voor gebruik binnenshuis was.

 

Uit: Martin Bril – Au revoir, alle verhalen uit Frankrijk, Uitgeverij Prometheus, eerste druk 2011


By on 09:08
Auto wassen

Het wassen van de auto is een bijzondere gebeurtenis. Allereerst al dat je de auto voor de deur van het huis zet. Alsof de auto niet gewassen kan worden op de parkeerplaats.

In een emmer zit autowasmiddel, aangelengd met warm water. Gewapend met water en een spons trek je vervolgens ten strijde. De auto is de tegenstander en slagveld tegelijk. Er is nu geen ontkomen meer aan.

Veel plekken zijn goed te doen. Het dak, de ramen, de deuren, zelfs de motorkap is een gemakkelijke prooi.

Een punt van zorg vormen de nummerplaten en de schuine stukjes onder de deuren en de motorkap. Daar zit het meeste vuil, het hardnekkigste ook. En je kunt er net niet goed genoeg bij.

Wanneer het gevecht is gestreden, is het tijd voor de capitulatie. Tijd om de balans op te maken. Het laatste restje water met autowas wordt over de auto gegoten. Je loopt het huis weer in om koud en naturel water te halen. Daarmee spoel je de laatste restjes schuim weg.

De auto staat blinkend in het zonlicht. Zo mooi was de auto nooit, denk je. Wat een genot om de auto te hebben.

Wanneer de matjes zijn geklopt x96 niet alleen de buitenkant is van belang x96 , zet je de auto weer op de parkeerplaats. De hele parkeerplaats wordt in waarde opgetild.

En dat alleen dankzij jouw gepoetste auto.

9 August 2011
By on 11:11
Sinterklaas

Als ik besluit om een eind te lopen, regent het buiten nog steeds. Niet een aantrekkelijk beeld om je buiten te begeven. Maar ik erger me vaak aan het getreuzel. 'Eerst nog even dit, dan nog dat.' Daar heb ik geen zin in, en dat gaat wel gebeuren als ik op het weer ga wachten. En daarbij, de Hollandse zomers staan bekend om hun wisselvalligheid.

Met een poncho om mijn schouders, vertrek ik, de horizon tegemoet. Eerst op het schelpenpaadje langs het kanaal, en dan rechts de brug over richting Rottum. Vervolgens weer rechts op de Fxfbgelsangwei, die halverwege bij een huis naar links buigt.

Op de helft van het eerste stuk tot aan het huis, stopt het met regenen. Zelfs de zon komt door.

Wanneer ik heb geconstateerd dat het echt is opgehouden met regenen, ruik ik de geur van zelfgebakken pepernoten. Terwijl het nog maar begin augustus is. Even geniet ik van die zoete geur, totdat het weer weg is. Ik ruik een vleug van de pepernoten weer, als ik voorbij het huis in de bocht ben. Ik vraag me af wie er nu toch aan het bakken is. December duurt nog een lange herfst.

Bij het Nannewiid sla ik linksaf en vervolg mijn weg via de Badwei. Ik krijg het zelfs warm terwijl ik loop. In Rottum sla ik nog een keer linksaf. Een enkele spetter valt nog naar beneden, maar echt regen is het niet.

Thuisgekomen is het buiten zonnig, en regen is alleen nog een tastbare herinnering door de plas op de buitentafel en de natte plekken in het hout. De geur van pepernoten is verdwenen.

8 August 2011
By on 13:43